BEVERWIJK / VELSEN - Vanmorgen vond bij het monument op het
Stationsplein, achter het stadhuis in Beverwijk, de jaarlijkse herdenking
plaats van de razzia van 16 april 1944. Tijdens deze bijeenkomst stonden
nabestaanden, inwoners en vertegenwoordigers van de gemeenten Beverwijk en
Velsen stil bij één van de zwartste bladzijden uit de lokale geschiedenis.
Reportage IJmond360 / Gerard de Groot
Tweeëntachtig jaar geleden, op 16 april
1944 werden 486 jonge mannen tussen de 18 en 25 jaar uit Beverwijk en
Velsen-Noord opgepakt door de Duitse bezetter, als vergelding voor een
verzetsdaad. Via Kamp Amersfoort werden zij gedeporteerd naar werkkampen in
Duitsland, waaronder kamp Zöschen. Van hen keerden 65 nooit meer terug.
Tijdens de herdenking waren burgemeester
Martijn Smit van Beverwijk en burgemeester Frank Dales van Velsen aanwezig,
evenals Edda Schaaf namens de Heimat- und Geschichtsverein uit Zöschen en
vertegenwoordigers van Stichting Herdenking Deportaties 1944 en Stichting 16
april 1944. Zij legden kransen bij het monument als eerbetoon aan de
slachtoffers.
Een bijzonder onderdeel van de
herdenking vormde de bijdrage van leerlingen van basisscholen De Wilgeroos
(Beverwijk) en De Plataan (Velsen-Noord). Terwijl de namen van de 65 omgekomen
mannen werden voorgelezen, legden de kinderen witte rozen bij het monument.
De ceremonie werd afgesloten met het
razzialied, twee minuten stilte en het Wilhelmus.