Elke maand vertelt Duinbehoud over wat er die maand te zien
is in de duinen. Deze maand in de rubriek 'Vandaag in het Duin’ gaan we op zoek
de zandhagedis.
Het is erg leuk om in de duinen een zandhagedis tegen te
komen. Deze groene reptielen met hun kop als een kleine dino zien er
spectaculair uit. Ga op zoek, ze zijn minder zeldzaam dan je denkt.
Groene monstertjes
Zandhagedissen zijn vrij stevig gebouwd, met een stoere
brede kop. De mannetjes zijn groen, de vrouwtjes bruingeel, allebei met
verspreide donkere vlekken. Volwassen dieren zijn inclusief de staart zo’n 20
cm groot.
Struweelranden
In de meeste duingebieden zijn zandhagedissen vrij algemeen.
Op de Waddeneilanden leven ze alleen op Terschelling en Vlieland. In de Zeeuwse
duinen komen ze niet voor. Open duinstruweel is het typische leefgebied:
duingrasland met verspreide, vaak lage struiken en stukjes kaal zand. Randen
van struwelen zijn goede plekken om te zoeken.
Niet te koud, niet te warm en een beetje geluk
Mei en april zijn de beste maanden om zandhagedissen te
spotten. Ook in de zomer – tot en met september – heb je een goede kans ze te
zien. Ze verschuilen zich vaak in de vegetatie dus je moet een beetje geluk
hebben. De beste tijd van de dag is ’s ochtend tussen 9 en 12 uur. Het moet
niet te koud zijn en niet te warm, zo tussen de 12 en 16 OC, en zonnig.
Zandhagedissen zijn koudbloedige dieren: als het niet warm is hebben ze de zon
nodig om op te warmen en laten ze zich zien. Als het warmer is hebben ze meer
energie en rennen ze snel weg. In de winter kruipen ze diep weg voor een
winterslaap en laten ze zich niet zien.
Duinbehoud is dé onafhankelijke stichting voor
bescherming van de kust. In belang van de natuur en mensen. Want de kust, die
koesteren we. Meer weten? Ga naar www.duinbehoud.nl